Shared Flashcard Set

Details

Dutch Vocab 13
Pages 102-104
80
Language - Dutch
Undergraduate 1
03/25/2009

Additional Language - Dutch Flashcards

 


 

Cards

Term
aanstand(e)
Definition
next, coming
Term
adres, het; adressen
Definition
address
Term
advies, het; adviezen
Definition
advice
Term
afhangen van; hing af van, hingen af van, heeft van ... afgehangen
Definition
to depend on
Term
afsluiten; sloot af, sloten af, heeft afgesloten
Definition
to close, to shut
Term
bedrijvencentrum, het; -centra/-centrums
Definition
business center
Term
beleefd(e)
Definition
polite
Term
binnenland, het; binnenlanden
Definition
home (country)
Term
bleek, bleke
Definition
pale
Term
blokletter, de; blokletters
Definition
block letter
Term
donker
Definition
dark
Term
doorlopend(e); in: Een doorlopende reisverzekering.
Definition
continuous, permanent
Term
doorsturen
Definition
to send on, to forward
Term
duidelijk(e)
Definition
clear
Term
echter
Definition
however
Term
envelop, de; enveloppen
Definition
envelope
Term
faxen
Definition
to fax
Term
folder, de; folders
Definition
leaflet, brochure
Term
gebroken; in: een gebroken ruit
Definition
broken
Term
gemeentelijk(e)
Definition
municipal
Term
hal, de; hallen
Definition
hall
Term
handtekening, de; handtekeningen
Definition
signature
Term
hinderen; in: Dat hindert niet, hoor.
Definition
to matter, to bother
Term
imperatief, de; imperatieven
Definition
imperative
Term
informatiebalie, de; -balies
Definition
information counter
Term
informatiecentrum, het; -centra/-centrums
Definition
information center
Term
informatrice, de; informatrices
Definition
person (female) giving information
Term
inleveren
Definition
to hand in
Term
inlichting, de; inlichtingen
Definition
(piece of) information
Term
inlichting, de; inlichtingen
Definition
(piece of) information
Term
inlichtingendienst, de; -diensten
Definition
information office
Term
instructie, de; instructies
Definition
instruction
Term
internet, het
Definition
internet
Term
internetten
Definition
to surf on the internet
Term
jurk, de; jurken
Definition
dress
Term
kopie, de; kopieen
Definition
copy
Term
kwalijk (nemen); in: Neem het mij niet kwalijk.
Definition
to blame
Term
legitimatiebewijs, het; -bewijzen
Definition
identification paper
Term
liefst; in: Schrijf duidelijk, het liefst in blokletters.
Definition
preferably
Term
loket, het; loketten
Definition
ticket window
Term
meezenden; zond mee, zonden mee, heeft meegezonden
Definition
send along (as an enclosure)
Term
niemand
Definition
nobody
Term
om; in: (rond) om het stadhuis.
Definition
around
Term
onaardig(e)
Definition
unfriendly, unkind
Term
onbeleefd(e)
Definition
impolite
Term
onderaan
Definition
at the bottom
Term
ondertekenen
Definition
to sign
Term
onvoldoende
Definition
insufficient, unsatisfactory
Term
opsturen; zie: sturen
Definition
to send
Term
plakken
Definition
to stick
Term
reclamebureau, het; reclamebureaus
Definition
advertising agency
Term
reisbrochure, de; -brochures
Definition
travel brochure
Term
reisdocument, het; -documenten
Definition
travel document
Term
reisverzekering, de; reisverzekeringen
Definition
travel insurance
Term
repareren
Definition
to repair
Term
ruit, de; ruiten
Definition
(window) pane
Term
scheikunde, de
Definition
chemistry
Term
smaken; in: Het heeft me heerlijk gesmaakt.
Definition
to taste
Term
spiegel, de; spiegels
Definition
mirror
Term
stadhuis, het; stadhuizen
Definition
town hall
Term
stationshal, de; -hallen
Definition
station hall
Term
studentenverzekering, de; -verzekeringen
Definition
student('s) insurance
Term
synoniem, het; synoniemen
Definition
synonym
Term
telefoongesprek, het; gesprekken
Definition
telephone conversation
Term
tevoren; in: Een maand van tevoren.
Definition
before(hand)
Term
tja
Definition
app: well!
Term
toestemming, de
Definition
permission
Term
uiteindelijk
Definition
finally, eventually
Term
uitnodigen
Definition
to invite
Term
uitzoeken; zocht uit, zochten uit, heeft uitgezocht
Definition
to find out, to sort out
Term
verbinden; verbond, verbonden, heeft verbonden
Definition
to connect
Term
verkeerd(e)
Definition
wrong
Term
(zich) verontschuldigen
Definition
to apologize, to excuse
Term
verstaan; verstond, verstonden, heeft verstaan
Definition
to understand, to hear well
Term
verzekering, de; verzekeringen
Definition
insurance company
Term
vies, vieze
Definition
dirty
Term
voorwaarde, de; voorwaarden
Definition
condition
Term
wachtende, de; wachtenden
Definition
person waiting
Term
zucht, de; zuchten
Definition
sigh
Term
zwerver, de; zwervers
Definition
tramp, wanderer
Supporting users have an ad free experience!