Shared Flashcard Set

Details

COL 5: Begrijpend lezen
COL 5: Begrijpend lezen
4
Other
Not Applicable
02/28/2017

Additional Other Flashcards

 


 

Cards

Term
Een kind leest een grap in de Moppentrommel in de Donald Duck. Als ze de grap daarna aan haar tante vertelt, geeft ze meteen de clou en vergeet de opbouw van de mop. Heeft dit meisje een situatiemodel van de mop gemaakt? Leg uit wat een situatiemodel is en beantwoord dan de vraag
Definition
Situatiemodel: coherente mentale representatie van de situatie zoals beschreven in de mop. Het kind heeft de grap begrepen en dus een situatiemodel gemaakt. Ze kan het alleen nog niet goed zelf doorvertellen zonder het eindsituatiemodel weer te geven.
Term
Hieronder staat informatie over drie kinderen. Lees de informatie en beantwoord daarna de vraag. Sita houdt niet van verhalen lezen, ze raakt vaak de draad kwijt tijdens het lezen. Ze vergeet vaak de titels van verhalen te lezen. Ze vindt het ook moeilijk om te snappen waar verwijswoordjes zoals ‘hij’ en ‘deze’ naar verwijzen. Mohammed woont pas sinds kort in Nederland. Hij houdt van lezen, is een slimme jongen, maar heeft nog beperkte woordenschatkennis van het Nederlands. Joep heeft moeite met het snel en goed lezen van woorden. Hij begrijpt ze wel, maar kan niet zo snel lezen. Leg uit wat deelvaardigheden en procesvaardigheden van begrijpend lezen zijn. Noem daarna twee deelvaardigheden en twee procesvaardigheden van begrijpend lezen die in deze passage worden genoemd en bij welk kind die deelvaardigheid of procesvaardigheid wordt genoemd.
Definition
Deelvaardigheden: voorwaarden om begrijpend te kunnen lezen. Deelvaardigheden zijn de vaardigheden die in de Simple View of Reading worden genoemd. Deelvaardigheden zijn woordenschat/taal en technisch lezen. Mohammed: woordenschatkennis van het Nederlands = taal. Joep: woordlezen, snelheid = technisch lezen. Procesvaardigheden: processen die plaatsvinden tijdens het technisch lezen. Sita: verwijswoorden hij, deze = inferentie/coherentievorming Sita: kopjes niet gebruiken = leesstrategieën Mohammed: motivatie
Term
Op sommige scholen wordt voorgesteld om leesbegrip van kinderen met dyslexie niet te toetsen via het lezen, maar door de tekst gesproken aan te bieden. Wordt op deze manier de begrijpend lezen gemeten? Leg uit waarom wel/niet
Definition

Bij beiden wordt een situatiemodel gemaakt (dus snappen waar de tekst over gaat, verbanden leggen, inferenties maken). Maar leesbegrip is het verwerken van receptief geschreven taal; luisterbegrip van receptief gesproken taal. Groot verschil tussen de twee is dus dat er bij de ene vorm (leesbegrip) gebruik gemaakt kan worden van orthografie (de tekstcomponent in het situatiemodel) en bij de ander niet. Dat betekent dat er visuele informatie gebruikt kan worden (kopjes in vet, eventuele plaatjes bij de tekst) en dat er teruggelezen kan worden. Dat kan bij luisterbegrip niet. Als er alleen geluisterd moet worden, is er meer druk op werkgeheugen om verbanden te leggen en situatiemodel te maken. Luisterbegrip (of gesproken taal) maakt onderdeel uit van leesbegrip, dus door leesbegrip gesproken aan te bieden wordt een deelvaardigheid van begrijpend lezen getoetst.

Leerlingen kunnen zich door auditief aanbod meer richten op de inhoud van de tekst en zijn geen tijd/energie kwijt aan het technisch lezen.

Term
Poor comprehenders hebben in tegenstelling tot kinderen met dyslexie wel altijd problemen met begrijpend lezen. Noem twee procesvaardigheden waar zij moeite mee hebben en leg per vaardigheid uit waarom deze begrijpend lezen beïnvloeden.
Definition
Moeite met leesstrategieën, geheugen en coherentievorming wat weer invloed heeft op inferentie en monitoring. Leesstrategieën worden ingezet om te snappen waar de tekst over gaat. Geheugen: je moet informatie kunnen koppelen aan bestaande kennis in het langetermijngeheugen. Coherentievorming: helpen bij het begrijpen van noodzakelijke en verrijkende inferenties.
Supporting users have an ad free experience!