Shared Flashcard Set

Details

CODE 3 H31 - woordenlijst
alle woorden van CODE 3 hoofdstuk 31
53
Language - Dutch
Not Applicable
10/08/2009

Additional Language - Dutch Flashcards

 


 

Cards

Term
verbaal
Definition
(bijvoeglijk naamwoord)
iets wat verbaal is, gebeurt met woorden
Term
de communicatie
Definition
de keer dat iemand met een ander contact heeft
Term
het congres
Definition
een aantal openbare lezingen over één onderwerp = het symposium
Term
de vakgenoot
Definition
iemand die in dezelfde beroep werkt
Term
zich opdringen
Definition
heel sterk de aandacht vragen [iets of iemand dringt zich op (aan of naar iemand)]
Term
netwerken
Definition
contact met iemand maken in een professionele omgeving
Term
de macht
Definition
de invloed die iemand heeft door zijn baan of zijn rol; de kracht om iets to doen; in de wiskunde 2 tot de derde macht is 2x2x2
Term
de competentie
Definition
Term
meten
Definition
bepalen hoe groot, lang, warm, snel enz. iets is; lang zijn [hij meet 1 meter 85]; zich kunnen meten met iemand: even sterk of goed zijn als iemand
Term
adviseren
Definition
de raad geven = aanraden
Term
de interactie
Definition
de situatie dat mensen op elkaar reageren
Term
onbewust
Definition
[bijvoeglijk naamwoord]
bij onbewust gedrag den je niet na, en weet je niet wat je doet, in tegenstelling van bewust
Term
afkomen van
Definition
zorgen dat iets er niet meer is
Term
de voorkeur
Definition
de situatie dat je iets liever het dan iets anders
Term
neutraal
Definition
[bijvoeglijk naamwoord]
iemand die neutraal is, is niet voor of tegen; neutrale zaken vallen niet op (bv. een jas in een neutrale kleur)
Term
oppervlakkig
Definition
[bijvoeglijk naamwoord]
oppervlakkige mensen praten allen over onbelangrijke zaken
Term
aftasten
Definition
to "feel out"
Term
gemeenschappelijk
Definition
[bijvoeglijk naamwoord]
als iets gemeenschappelijlk is, is het van meer mensen = gezamenlijk
Term
de partner
Definition
iemand me wie je werkt, sport, speelt enz.; de man of vrouw met wie je samenleeft
Term
de toestemming
Definition
het feit dat iets mag = de goedkeuring
Term
onderbreken
Definition
even stoppen met iets = pauzeren [iemand onderbreekt iets]; even laten stoppen [iemand onderbreekt iets of iemand]
Term
benadrukken
Definition
de nadruk leggen op iets = beklemtonen
Term
stokken
Definition
plotseling stoppen [iets stokt, bv. zijn adem stokte toen hij opeens zichzelf op tv zag.]
Term
het stoplicht
Definition
een paal met drie lampen bij een kruispunt die aangeven of je moet stoppen of dat je mag doorrijden
Term
de asbak
Definition
een bakje waarin je de as van je sigaret doet
Term
de inhoud
Definition
iets dat ergens in zit, bijv. in een pak of in een doos; de hoeveelheid die ergens in kan; iets wat in een tekst staat, bijv. in een boek
Term
ergens
Definition
op een bepaalde plaats; op een bepaalde manier; (een woordje dat gebruikt wordt samen met een voorzetsel) iets, bijv. kan ik u ergens mee helpen? of Misschien ligt het papier wel ergens onder?
Term
zich omdraaien
Definition
in een andere positie gaan of liggen of staan
Term
toeteren
Definition
geluid maken met een toeter = claxonneren
Term
integendeel
Definition
[bijwoord]
juist niet
Term
vanzelfsprekend
Definition
[bijwoord]
natuurlijk = uiteraard
Term
doorbreken
Definition
door breken kapotgaan [iets breekt door]; plotseling bekend wordt [iemand breekt door]; iets wat altijd op een bepaalde manier ging, plotseling veranderen [iemand doorbreekt iets]
Term
impliciet
Definition
[bijvoeglijk naamwoord]
iets wat je impliciet zegt, zeg je op een verborgen manier
Term
onzichtbaar
Definition
[bijvoeglijk naamwoord]
iets wat onzichtbaar is, kun je niet zien
Term
onderschatten
Definition
denken dat iemand of iets minder of slechter is dan hij, zij of het in werkelijkheid is, in tegenstelling van overschatten [iemand onderschat iemand of iets]
Term
het mechanisme
Definition
de manier waarop een machine in elkaar zit en werkt
Term
overheen
Definition
[bijwoord]
over de buitenkant van iets; hoger dan de bovenkant van iets; voorbij
Term
het signaal
Definition
een teken om iets te doen = het sein
Term
de coupé
Definition
een afgesloten deel voor reizigers in de trein; de manier waarop iemands haar is geknipt; een breed glas, bijv. voor ijs en vruchten
Term
instappen
Definition
een bus, trein, auto in gaan [iemand stapt in]
Term
misgaan
Definition
verkeerd gaan = mislopen
Term
vriendschappelijk
Definition
[bijvoeglijk naamwoord]
iets wat vriendschappelijk is, gebeurt vanuit vriendschap
Term
de botsing
Definition
de keer dat twee voertuigen, vooral auto's tegen elkaar aan botsen
Term
de interpretatie
Definition
de manier waarop iemand iets begrijpt of uitlegt
Term
duwen
Definition
kracht of gewicht achter iets of iemand zetten waardoor dat voorwerp of die persoon gaat bewegen [iemand duwt iets of iemand]
Term
het gebaar
Definition
een beweging die iets uitdrukt (bv. Zij maakte een gebaar dat ik weg moest.); een teken dat je het goede wilt = de geste (bv. De vriendelijke brief van de directeur vind ik een mooi gebaar.)
Term
de lading
Definition
de producten waarmee je iets laadt (bv. Ze heeft een lading grond besteld voor haar tuin.); de gevoelens die er zijn, maar die niet direct getoond worden (bv. Het boek had een sterke politieke lading.)
Term
de reclame
Definition
informatie over een product met he doel dat mensen dat product gaan kopen
Term
de waardering
Definition
de woorden waarmee mensen zeggen dat ze blij zijn met wat je gedaan hebt = de lof
Term
tegenstrijdigheid
Definition
Term
matig
Definition
[bijvoeglijk naamwoord]
iets wat matig is, is niet erg veel of niet erg goed
Term
inrichten
Definition
ergens meubels plaatsen, zodat je er kunt gaan wonen [iemand richt een huis of een kamer in]
Term
de leefwijze
Definition
Supporting users have an ad free experience!